Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Alinea 321 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.
11.13 Tot de overeenkomsten die beide oplossingen vertonen, behoort dat de beslissing over de consequenties van de onjuiste locatiekeuze in beginsel aan het begin van de behandeling ter terechtzitting wordt geplaatst. Wat de vierde oplossing betreft, vloeit dat uit de aard van de zaak voort. Als het belang van het onderzoek zich tegen behandeling op de buitenwettelijke locatie verzet, is dat van meet af aan het geval. Dat dient dan ook dadelijk te worden geconstateerd. Met betrekking tot de derde oplossing merk ik op dat het stelsel van de wet voldoende aanknopingspunten biedt voor de stelling dat het onderzoek naar de geldigheid van de dagvaarding zoveel mogelijk aan de inhoudelijke behandeling van de zaak moet voorafgaan. De verdachte kan het verweer dat de dagvaarding nietig is preliminair voeren en de rechtbank kan ook ambtshalve die nietigheid uitspreken zonder eerst tot onderzoek van de zaak over te gaan (art.283 Sv). Art. 278 lid 1 Sv schrijft zelfs dwingend voor dat de rechtbank als de verdachte niet verschenen is eerst de geldigheid van de uitreiking van de dagvaarding onderzoekt. Tot behandeling van de zaak mag de rechter dus pas overgaan als hij bevonden heeft dat de dagvaarding geldig is betekend. Dat de rechter eerst, voorafgaand aan de behandeling van de zaak, onderzoekt of de buitenwettelijke zittingsplaats een reden vormt om de dagvaarding nietig te verklaren, past in deze lijn. Aan één en ander kan niet afdoen dat de vraag naar de geldigheid van de dagvaarding één van de vragen van art. 348 Sv is, vragen die pas na afloop van het onderzoek ter zitting worden beantwoord. Uit dat artikel kan worden afgeleid het definitieve oordeel over de geldigheid van de dagvaarding bij de beraadslaging na afloop van de zitting wordt gegeven (zodat de rechtbank op haar aanvankelijke oordeel dat de dagvaarding geldig is betekend, kan terugkomen), maar neemt niet weg dat de rechtbank zoveel mogelijk dient te voorkomen dat de zaak inhoudelijk wordt behandeld als aan de dagvaarding een onoverkomelijk gebrek kleeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 179013 tot 181076.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d | shasum -a 256