Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Alinea 322 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.
11.14 Dat het om een oordeel gaat dat in beginsel (de rechter kan op zijn aanvankelijke oordeel terugkomen) aan de behandeling van de zaak voorafgaat, brengt mee dat van de verdachte die wenst dat zijn bezwaren meewegen in de oordeelsvorming van de rechter, die bezwaren dadelijk naar voren moet brengen. Ik meen daarbij dat de rechter, als de verdediging zonder daarvoor goede redenen aan te voeren haar bezwaren pas in een laat stadium van het geding naar voren brengt, daarin in het algemeen geen reden hoeft te zien om op zijn aanvankelijke oordeel terug te komen. Andere belangen gaan dan zwaarder wegen (vergelijk hiervoor, onder 10.33 en 10.34). Tegenover de verdachte hoeft dat niet onredelijk te zijn. Hij had zijn bezwaren immers eerder naar voren kunnen brengen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 181096 tot 181882.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d | shasum -a 256