Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Alinea 323 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.

11.15 Ik wil niet verhelen dat deze benadering wat de derde oplossing betreft op gespannen voet lijkt te staan met de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dat een beroep op de nietigheid van de dagvaarding niet mag worden gepasseerd met het argument dat het verweer tardief is aangezien het preliminair gevoerd had kunnen worden.(89) In de hier verdedigde benadering wordt het gedane verweer evenwel niet gepasseerd omdat het tardief is, maar verworpen op grond van een inhoudelijke beoordeling, waarbij het feit dat de inhoudelijke behandeling van de zaak inmiddels in een vergevorderd stadium verkeert zwaar meeweegt in de belangenafweging.(90) Niet uitgesloten is dan ook dat niet dadelijk naar voren gebrachte bezwaren toch worden gehonoreerd. Of dat het geval is, hangt af van de bijzonderheden van het geval.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 181902 tot 182730.