Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Alinea 324 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.

11.16 Het is hier niet de plaats om één en ander in detail uit te werken. Ik veroorloof me nog slechts een enkele opmerking met betrekking tot het geval waarin de verdachte verstek laat gaan. In het algemeen is dat mijns inziens niet een omstandigheid die meebrengt dat de rechter ambtshalve de nietigheid van de dagvaarding moet uitspreken of tot schorsing van het onderzoek moet besluiten. Anders ligt het in het mogelijk nogal theoretische geval waarin aannemelijk is dat de reden van niet-verschijnen nu juist gelegen is in het feit dat de buitenwettelijke zittingsplaats voor de verdachte moeilijk te bereiken is. Daarvan zou kunnen blijken uit een brief die de verdachte aan de rechtbank deed toekomen. Weliswaar kan een beroep op nietigheid van de dagvaarding niet schriftelijk worden gedaan, maar dat neemt niet weg dat de rechter de inhoud van een van de verdachte ontvangen schrijven kan - en mijns inziens ook moet - betrekken bij zijn ambtshalve te vellen oordeel.(91) In de vierde oplossing is dat nog iets gemakkelijker in te passen. Het schrijven van de verdachte kan worden aangemerkt als een mededeling van de verdachte dat hij de verdediging in persoon wenst te voeren en dat hij daarom uitstel van behandeling (en berechting op een andere locatie) verzoekt (art. 278 lid 3 Sv).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 182750 tot 184061.