Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Alinea 325 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.

11.17 Naast overeenkomsten zijn er ook verschillen tussen de beide oplossingen, maar het praktisch belang daarvan is betrekkelijk gering. Zo brengt de nietigheid van de dagvaarding mee dat de zaak door de OvJ opnieuw aanhangig moet worden gemaakt. Of er een nieuwe behandeling volgt, hangt hier dus af van de OvJ.(92) Bij schorsing van het onderzoek (de vierde oplossing) moet de behandeling van de zaak op een andere locatie worden voortgezet. In de praktijk zal ook dan een geheel nieuwe behandeling van de zaak volgen. In theorie is echter mogelijk dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich ten tijde van de schorsing bevond. Dat kan van belang zijn in gevallen waarin de verdachte aanvankelijk verstek liet gaan doordat de dagvaarding hem niet had bereikt, maar op een nadere zitting alsnog verschijnt en daar bezwaar maakt tegen de zittingslocatie. Dan zal zijn bezwaar moeten worden gehonoreerd. Ik teken daarbij aan dat de samenstelling van de rechtbank na de schorsing niet behoeft te veranderen. Besloten kan worden om de rechters die zich het dossier eigen hebben gemaakt en met de behandeling al ver waren gevorderd, met de zaak te laten meereizen. Maar als gezegd, het praktisch belang van dit alles is gering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 184081 tot 185337.