Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Alinea 326 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.
11.18 Bij deze stand van zaken is het misschien vooral een kwestie van smaak voor welke oplossing wordt gekozen. Als eenmaal de hobbel van het "belang van het onderzoek" is genomen (zie punt 11.10), laat de vierde oplossing zich soepel inpassen in het bestaande strafvorderlijke stelsel. Aan de derde oplossing kleven iets meer haken en ogen (zie met name punt 11.15). Toch heb ik voor die derde oplossing een lichte voorkeur. Dat heeft te maken met de sterkere symbolische betekenis die de nietigheid van de dagvaarding als sanctie heeft. Daardoor wordt beter dan door een schorsing van het onderzoek uitgedrukt dat het behandelen van zaken op buitenwettelijke zittingsplaatsen niet deugt. Daar komt bij dat de beslissing in het kader van art. 348 Sv wordt geplaatst en aldus een centrale plaats krijgt in de strafvordering. Die centrale plaats past beter bij het feitelijk verband dat er is met de vraag naar de bevoegdheid van de rechter. Juist omdat het "in werkelijkheid" gaat om behandeling door een onbevoegde rechter, is een duidelijke sanctie op haar plaats.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 185357 tot 186437.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d | shasum -a 256