Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Alinea 338 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.

12.8 Dan nu de vraag of die oplossing te verenigen valt met art. 6 EVRM. Daarbij spelen twee te onderscheiden vragen een rol. De eerste is hoe het recht op berechting door "a tribunal established by law" in de jurisprudentie van het EHRM wordt ingevuld. De tweede vraag is of en zo ja in hoeverre de jurisprudentie van het EHRM ruimte laat voor afstand van recht en rechtsverwerking. Daarbij verdient opmerking dat de jurisprudentie ten aanzien van geen van beide vragen een uitgekristalliseerd beeld te zien geeft. Het is dan ook niet wel mogelijk op beide vragen een algemeen en afdoend antwoord te geven. Ik zal mij concentreren op die elementen uit de jurisprudentie van het EHRM die relevant lijken te zijn voor de concrete vraag die hier aan de orde is. Een stellig antwoord levert dat niet op. Bij het trekken van conclusies zullen de nodige slagen om de arm moeten worden gehouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 197454 tot 198356.