Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.
4.4 De stelling dat de artt. 7 en 8 Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen onverbindend zijn omdat de Wet RO daarvoor geen wettelijke basis biedt, is door mij verdedigd in een tweetal publicaties waarop in de toelichting op het middel een beroep wordt gedaan.(3) Het zal dan ook geen verwondering wekken dat ik meen dat de stellers van het middel op dit punt het gelijk aan hun zijde hebben. Ik voeg daar echter meteen aan toe dat nadere beschouwing mij tot het inzicht heeft gebracht dat ik in bedoelde publicaties op één niet onbelangrijk punt een overhaaste conclusie heb getrokken. Ik houd niet langer staande dat de artt. 41 en 59 RO geen basis bieden voor de aanwijzing van nevenzittingsplaatsen die buiten het rechtsgebied van de rechtbank of het gerechtshof zijn gelegen. Waarmee overigens nog niet gezegd is dat het gebruik dat de regering van haar aanwijzingsbevoegdheid heeft gemaakt in overeenstemming is met de bedoeling van de wetgever en met het stelsel van de wet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 9919 tot 10925.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d | shasum -a 256