Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Alinea 341 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.
12.11 De casus was als volgt. De Oostenrijkse wetgeving kende speciale instanties ("Arbeitsgerichte") voor de beslechting van arbeidsgeschillen in eerste instantie. De wet liet het daarbij aan de Minister van Justitie over om, voor zover dat nodig was ("nach Bedarf"), dergelijke instanties in het leven te roepen. De eerste vraag die de Commissie onder ogen zag, was wat deze discretionaire bevoegdheid precies inhield. De Oostenrijkse regering wist de Commissie ervan te overtuigen dat de absolute competentie geheel bij wet was geregeld. Die wet verklaarde Arbeitsgerichte uitsluitend bevoegd om in eerste aanleg arbeidsgeschillen te behandelen. Het was dus niet aan de Minister om te bepalen of een arbeidsgeschil bij het Arbeitsgericht of bij de gewone rechter moest worden aangebracht. De Minister ging uitsluitend over de relatieve competentie. Hij bepaalde hoe de Arbeitsgerichte over het land verdeeld waren, wat de standplaatsen waren en hoe de districtsgrenzen liepen. De vraag was vervolgens "whether a discretion of the Minister in this respect raises any problem under art. 6 (1) of the Convention". Met betrekking tot die vraag overwoog de Commissie:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 199398 tot 200576.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d | shasum -a 256