Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Alinea 349 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.
12.12 In de al genoemde zaak Coëme e.a. tegen België ging het om de vervolging van een oud-Minister (Coëme) wegens ambtsmisdrijven. Op grond van de toenmalige Grondwet was het Hof van Cassatie uitsluitend bevoegd om over deze vervolging te oordelen. Het tweede lid van het desbetreffende art. 103 Gw bepaalde daarbij dat de wijze van procederen bij wet geregeld moest worden. Dat echter was nooit gebeurd. Het Hof van Cassatie loste dit probleem op (en veegde daarmee de bezwaren van Coëme en zijn medeverdachten van tafel) door te bepalen dat de regels van de gewone strafprocedure zoveel mogelijk zouden worden gevolgd. De vraag was of dit een schending van art. 6 EVRM opleverde. Het ging daarbij onder meer om de vraag of sprake was geweest van een "tribunal established by law". Het EHRM overwoog:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 203787 tot 204606.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d | shasum -a 256