Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Alinea 354 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.
12.14 Nu was het gebrek aan duidelijke procedureregels niet de enige kwestie die in de zaak speelde. De vraag was ook of het Hof van Cassatie bevoegd was om Coëmes vier medeverdachten (die nooit minister waren geweest) te berechten. De Grondwet bepaalde dat niet en ook de wet voorzag daarin niet. Desondanks achtte het Hof van Cassatie zich bevoegd. Het beriep zich daarbij op de artt. 226 en 227 Sv die (ten aanzien van het Hof van Beroep) bepaalden dat samenhangende zaken gevoegd dienden te worden behandeld als ze gelijktijdig aanhangig waren. Volgens het Hof van Cassatie leenden deze bepalingen zich voor algemene toepassing. Daarmee volgde het Hof de zienswijze van de doctrine. Bovendien was er een precedent. In 1865 had het Hof van Cassatie zich bevoegd geacht om ook het kamerlid met wie de Minister van Defensie een duel had uitgevochten te berechten.(108) Het Hof van Cassatie had het daarbij niet nodig gevonden om, zoals door de verdediging was gevraagd, dit competentiegeschil aan het Arbitragehof voor te leggen. Het EHRM overwoog:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 207706 tot 208769.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d | shasum -a 256