Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Alinea 364 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.

12.16 Niet ongenoemd mag ten slotte blijven de - eveneens door de stellers van het middel genoemde - zaak Sokurenko and Strygun tegen Oekraïne (EHRM 20 juli 2006, nrs 29458/04 en 29465/04). Het EHRM tikte in deze zaak de Oekraïense Hoge Raad op de vingers aangezien die zich bevoegdheden had toegemeten die de wet hem niet toekende. De Hoge Raad - die in handelszaken als vierde instantie fungeerde - diende, als hij een beslissing van een Higher Commercial Court vernietigde, volgens de wet de zaak terug te wijzen naar het gerecht in eerste aanleg of (andere mogelijkheid) de procedure nietig te verklaren. De Hoge Raad evenwel bevestigde de - door de Higher Commercial Court vernietigde - beslissing van het lagere gerecht. Daarmee handelde de Hoge Raad overeenkomstig zijn eigen vaste praktijk. Het EHRM oordeelde daarover als volgt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 214794 tot 215646.