Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.
4.7 Hoe vanzelfsprekend het op het eerste gezicht ook moge lijken dat de kromheid van het Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen wordt beantwoord met een rechtlijnige sanctie, bij nadere beschouwing verliest een dergelijke rechtlijnigheid veel van haar aantrekkelijkheid. Ik merk daarbij op dat het verbinden van sancties aan vormverzuimen nimmer een automatisme is, maar altijd berust op een afweging van de betrokken belangen. Het is daarom dat de aandacht in het navolgende mede zal uitgaan naar de achterliggende belangen. De vraag daarbij is welke belangen met de onverbindende regeling worden gediend en hoe zwaar die belangen wegen. Daarnaast is de vraag welke belangen door die regeling in het gedrang komen. Het gaat daarbij in het bijzonder om de vraag of en in hoeverre de verdedigingsrechten van de verdachte worden geschonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 12740 tot 13603.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d | shasum -a 256