Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Alinea 375 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.
12.18 Het lijdt dan ook weinig twijfel dat de artt. 7 en 8 Besluit en de daarop gebaseerde aanwijzingsbesluiten van de Raad voor de rechtspraak het recht van de verdachte op een "tribunal established by law" raken. Het gaat daarbij immers om de aanwijzing van de plaatsen waar recht wordt gesproken. Daarbij komt dat daarmee de facto de relatieve competentie van de gerechten wordt geregeld. In zoverre is er een duidelijke overeenkomst met de bevoegdheid van de Oostenrijkse Minister van Justitie in de zaak Zand. Dat het (zoals ik heb verdedigd) naar Nederlands recht bij deze regelgeving formeel-juridisch niet om een bevoegdheidsvraag gaat, maar om een vraag naar de geldigheid van de dagvaarding, zal in de ogen van het EHRM niet uitmaken. Het gaat hoe dan ook om de "organisational set-up" van de gerechten. Bovendien heeft het EHRM, omdat de verdragsrechten "practical and effective" moeten zijn, sterk de neiging om door de geconstrueerde schijn heen te prikken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 220867 tot 221850.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d | shasum -a 256