Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Alinea 376 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.

12.19 Het recht op berechting door een "tribunal established by law" kan ruwweg gezegd op drie manieren worden geschonden. Het kan zijn dat de vereiste wetgeving in het nationale recht ontbreekt (zoals het geval was in de zaak Coëme tegen België), het kan zijn dat in strijd is gehandeld met de op zich toereikende regels van het nationale recht (zoals het geval was in de zaak Barashkova tegen Rusland) en het kan zijn dat de regels van het nationale recht een (constitutioneel) gebrek vertonen. Op dat laatste geval doelde de Commissie in de zaak Zand tegen Oostenrijk toen zij, na te hebben vastgesteld dat art. 6 EVRM niet aan delegatie van wetgevende bevoegdheid aan de Minister in de weg stond, stelde dat daarbij dan wel vereist is "that these possibilities exist, and have been exercised, in accordance with the internal law of the State in question including the relevant provisions of the Constitution".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 221870 tot 222798.