Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Alinea 385 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.

12.28 In de zaak Pfeifer en Plankl traden maar liefst twee zittingsrechters (waaronder de voorzitter) op die eerder als onderzoeksrechter in de zaak hadden gefungeerd. De voorzitter had Plankl voorafgaand aan de zitting in een onderhoud waarbij de raadsman van Plankl niet aanwezig was, gevraagd of hij daartegen bezwaar had. Plankl deed daarbij afstand van zijn recht om een beroep te doen op de nietigheid van het onderzoek en ondertekende de processen-verbaal waarin dat was vastgelegd. Ter zitting maakte noch Plankl, noch zijn raadsman bezwaar tegen de samenstelling van de rechtbank. De Oostenrijkse regering voerde aan dat Plankl zijn recht om over de niet-naleving van art. 68 lid 2 StPO te klagen had verspeeld. Het EHRM voegde dit preliminaire verweer bij de merits en overwoog:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 229888 tot 230689.