Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Alinea 402 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.
12.36 In de zaak Pfeifer en Plankl voegde het EHRM het preliminaire verweer van de Oostenrijkse regering dat Pfeifer niet tijdig (bij de feitenrechter) had geklaagd over de niet naleving van art. 68 StPO, bij de merits. Bij de inhoudelijke beoordeling van de klacht ging het EHRM vervolgens stilzwijgend voorbij aan de klachtregel van art. 281 lid 1 StPO. De verklaring daarvoor zou kunnen zijn dat het enkele feit dat de vraag naar de uitputting van rechtsmiddelen bij de merits is gevoegd, meebrengt dat getoetst moet worden aan de zware eisen die aan een waiver worden gesteld. Dat zou betekenen dat met bedoelde voeging in feite op de inhoudelijke beoordeling wordt vooruitgelopen. Een andere verklaring zou kunnen zijn dat Oostenrijk zich naar het oordeel van het EHRM in dit geval niet op rechtsverwerking kon beroepen. Dit omdat de Oostenrijkse feitenrechter de klachtregel van art. 281 lid 1 StPO leek te hebben opgevat als een vrijbrief om een dwingende (ambtshalve te handhaven) regel van nationaal recht met voeten te treden. Met diens primaire verantwoordelijkheid voor de verzekering van verdachtes recht om berecht te worden door een "tribunal established by law" is dat moeilijk te rijmen. Men zou ook kunnen zeggen dat sprake was van misbruik van de rechtsverwerkingsregel waarvoor art. 281 lid 1 StPO geen basis bood.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 242789 tot 244136.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d | shasum -a 256