Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Alinea 407 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.

12.41 Wat voor de relatieve competentie geldt, geldt ook, en misschien wel in sterkere mate, voor de zittingsplaats van het gerecht. Met de wettelijke regeling daarvan zijn geen fundamentele belangen gemoeid (vergelijk hiervoor, onder 10.12 e.v.). Een afwijking van die regeling raakt in elk geval in de regel noch aan het recht op een onafhankelijke en onpartijdige rechter, noch aan het recht op een eerlijk proces. Dat op een verkeerde plaats recht wordt gesproken, is voorts voor een raadsman die de wet kent, onmiddellijk kenbaar. Eén en ander maakt dat een bepaling van nationaal recht die de handhaving van de wettelijke regeling op dit punt afhankelijk maakt van een tijdig gedaan protest van de zijde van de verdediging, niet in strijd hoeft te komen met het recht van de verdachte op een "tribunal established by law".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 248257 tot 249099.