Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Alinea 417 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.

13.4 De Hoge Raad lijkt in dit arrest stilzwijgend te zijn uitgegaan van de verbindendheid van de artt. 5a en 6 van het Besluit. Hij overweegt immers dat uit deze bepalingen voortvloeit dat Rotterdam een nevenzittingsplaats van de Rechtbank Haarlem is en dat de OvJ derhalve bevoegd was om in Rotterdam hoger beroep in te stellen. De redenering was dus niet dat een verdachte die geen bezwaar maakt tegen behandeling van zijn zaak op een onwettige zittingsplaats, er niet over kan klagen dat verder wordt geprocedeerd alsof de zaak is behandeld in een krachtens de wet aangewezen nevenzittingsplaats.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 254246 tot 254859.