Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Alinea 420 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.

13.7 Daar staat tegenover dat de vraag naar de rechtsgeldigheid van art. 5a (oud) Besluit in het arrest niet expliciet aan de orde was, zodat de vraag is welk gewicht aan het impliciete oordeel van de Hoge Raad op dit punt mag worden toegekend. Van een oordeel dat, zoals het EHRM lijkt te eisen, gebaseerd is op "clear and plausible reasons", is in elk geval geen sprake. Het arrest zal daarom in Straatsburg vermoedelijk niet met succes opgevoerd kunnen worden als een argument voor de rechtsgeldigheid van het gebruik van de aanwijzingsbevoegd om verkapt afgeleide rechtsmacht te creëren. Om dezelfde reden zal de "usual practice" van de Hoge Raad om niet ambtshalve te casseren als op basis van de artt. 7 en 8 Besluit is recht gesproken weinig indruk maken als argument voor de (grond)wettigheid van de regelgeving. Vergelijk hiervoor, in het bijzonder onder punt 12.26.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 256214 tot 257104.