Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Alinea 423 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.

14.2 De stellers van het middel merken op p. 4 van de cassatieschriftuur terecht op dat uit de processen-verbaal van de zittingen in appèl niet blijkt dat er in deze zaak ter zitting aandacht is besteed aan de vraag "hoe het mogelijk was dat de zaak jegens rekwirant diende bij het Haagse Hof, dit terwijl dat Hof zitting hield in Arnhem". Zij voegen daaraan toe dat "dit" niet aan de aandacht van het "zogenaamde Haagse Hof" kan zijn ontsnapt. Dat moge zo zijn, maar evenzeer geldt dat dit niet aan de verdachte, die werd bijgestaan door een rechtsgeleerd raadsman, kan zijn ontgaan. Uit de processen-verbaal van de zittingen blijkt niet dat de verdediging op enig moment bezwaar heeft gemaakt tegen de gang van zaken. Waarom met de klacht is gewacht tot de behandeling van het cassatieberoep wordt in de schriftuur niet toegelicht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 257552 tot 258399.