Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Alinea 424 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.

14.3 Als de verdediging tijdig ter terechtzitting van het Hof bezwaar had gemaakt tegen de behandeling van de zaak in Arnhem, had het Hof de appèldagvaarding nietig dienen te verklaren. Deze "remedy" tegen de omzeiling van de regeling inzake de relatieve competentie is door de verdediging evenwel niet benut. Dat betekent dat het Hof, bijzondere omstandigheden daargelaten, niet gehouden was om de appéldagvaarding nietig te verklaren. Dat betekent ook dat het Hof niet in strijd met het recht heeft gehandeld door de zaak in Arnhem te behandelen. Op grond daarvan zou gezegd kunnen worden dat verdachte werd berecht door een "tribunal established by law" (vergelijk punt 12.30). In elk geval lijkt te gelden dat de verdachte met zijn klacht in cassatie te laat is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 258419 tot 259200.