Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Alinea 425 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.
14.4 Nu is de vraag of de verdachte in de onderhavige zaak kan worden tegengeworpen dat hij de aangewezen "remedy" niet heeft benut. Is daarvoor niet vereist dat verdachte wist of althans kon weten dat er iets viel te klagen en wanneer er geklaagd moest worden? Anders gezegd: mocht het Hof, nu verdachte er redelijkerwijs niet van op de hoogte kon zijn dat art. 7 Besluit onverbindend was en dat hij op die grond bezwaar kon maken tegen de behandeling in Arnhem, op grond van het stilzwijgen van de verdediging aannemen dat er geen reden was om de appèldagvaarding nietig te verklaren? Bracht, nog anders gezegd, de eigen verantwoordelijkheid van het Hof voor de verzekering van verdachtes recht op een "tribunal established by law" onder deze omstandigheden niet mee dat het Hof ambtshalve de vraag aan de orde had moeten stellen of de zaak wel in Arnhem kon worden behandeld?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 259220 tot 260112.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d | shasum -a 256