Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Alinea 439 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.
In het dossier zijn geen stukken aangetroffen waaruit de door de officier van justitie gestelde uitnodiging zou kunnen blijken. Wel is er een sterke aanwijzing voor het tegendeel: In het "Proces-verbaal P.V. stand van zaken" van 18 januari 2005, kennelijk opgemaakt ten behoeve van de behandeling van de vordering gevangenhouding, wordt onder het kopje "Schouw" vermeld: "Vooraf waren de raadslieden van de medeverdachten [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] omtrent de schouw geïnformeerd." Overigens blijkt niet dat de officier van justitie in het licht van de tweede zinsnede van het tweede lid van artikel 150 van het Wetboek van Strafvordering redenen aanwezig heeft bevonden de raadsman van verdachte niet uit te nodigen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 266479 tot 267223.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d | shasum -a 256