Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Alinea 456 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.

16.1 Het middel klaagt dat de bewezenverklaringen van feit 1 en feit 3, met uitzondering van "feit 1, zaak 3.1. Venray", niet kunnen volgen uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen. In het bijzonder zou daaruit niet volgen dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk sigaretten voorhanden heeft gehad "die telkens niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in de heffing waren betrokken" en dat hij behoorde tot en/of leiding gaf aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten het opzettelijk voorhanden hebben van accijnsgoederen "die telkens niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in de heffing waren betrokken".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 273148 tot 273863.