Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Alinea 470 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.
17.5 De grief berust op een onjuiste lezing van 's Hofs aangevulde arrest. Zaak 3.5 vormt een onderdeel van feit 1. De bedoelde zin houdt in dat ieder bewijsmiddel telkens alleen is gebezigd voor het feit (en dus niet de zaak) waarop het blijkens zijn inhoud (en dus niet blijkens het tussenkopje) betrekking heeft. Daar komt bij dat het Hof in het verkorte arrest expliciet aangeeft dat het bewijs van zaak 3.5 mede steunt op de bewijsmiddelen gebezigd ten aanzien van het eerdere en het latere transport en op de bewijsmiddelen waaruit van verdachtes rol in het algemeen blijkt. In het licht van die overweging is de door de stellers van het middel voorgestane lezing van de bewijsconstructie gezocht te noemen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 279050 tot 279776.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d | shasum -a 256