Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Alinea 476 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.
17.10 Aldus heeft het Hof uit de inhoud van bewijsmiddel 61, beschouwd in samenhang met de ten aanzien van de overige van feit 1 deel uitmakende zaken gebezigde bewijsmiddelen (waaruit de rol en de betrokkenheid van [S] blijkt) kunnen afleiden dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk de sigaretten voorhanden heeft gehad die in de zaak 3.5 [...] zijn aangetroffen en in beslag genomen. In het licht van al deze bewijsmiddelen is de mogelijkheid dat verdachte niet bij dit ene transport was zo onwaarschijnlijk dat het Hof aan die mogelijkheid voorbij mocht gaan nu zij naar zijn oordeel - zoals het Hof in de gewraakte bewijsoverweging tot uitdrukking bracht - niet aannemelijk was geworden. Dat oordeel is, mede in aanmerking genomen dat van de zijde van de verdediging niets concreets is aangevoerd dat in andere richting wijst, niet onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 281405 tot 282292.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d | shasum -a 256