Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Alinea 576 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.
88 Zie evenwel A-G Meijers die in zijn conclusie voorafgaand aan HR 28 juni 1994, NJ 1994, 738 opmerkt dat het "dwingend karakter van de regeling van de relatieve bevoegdheid geen dogma [is] dat voor elk geval de redelijke uitkomst van een belangenafweging opzij zet".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 302882 tot 303163.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d | shasum -a 256