Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Alinea 588 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.

100 Volgens art. 34 van het toenmalige Moduulbesluit kon de advocaat bij geschillen over toevoegingen "de tussenkomst" van de voorzitter van het desbetreffende gerecht of college inroepen. Tegen diens beslissing stond generlei voorziening open. Eén en ander berustte op art. 25 lid 4 WROM (Wet rechtsbijstand aan on- en minvermogenden), dat bepaalde dat bij AMvB nadere regels kunnen worden vastgesteld omtrent "de vaststelling van de vergoedingen door de rechter" en dat daarbij hoger beroep en cassatie kon worden uitgesloten. De Hoge Raad oordeelde dat van strijd met art. 17 Gw geen sprake was omdat art. 34 Moduulbesluit een wettelijke grondslag had. Met het oog op de klacht dat - in afwijking van de gewone rechtsgang - de "tussenkomstrechter" als bevoegde rechter was aangewezen, overwoog de Hoge Raad "dat art. 17 Gr.w. niet verbiedt dat met betrekking tot een bepaalde categorie van geschillen bij een op de wet steunende algemene maatregel van bestuur wordt bepaald aan welk van de bij wet in het leven geroepen rechterlijke organen de berechting van die geschillen wordt opgedragen".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 305736 tot 306846.