Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 november 2009

Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 17 november 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 november 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ2767.

3.4 Aan een leugenachtige verklaring van een ander dan de verdachte kan in beginsel inderdaad geen redengevende kracht worden toegekend.(2) Indien het betreffende onderdeel van de bewijsvoering slechts van ondergeschikte betekenis is, behoeft het evenwel niet tot cassatie te leiden.(3)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e3f58f139bc0cc13d2ff3a40353a509e93ce5c15fc6f6acd4ef0872a22295049. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e3f58f139bc0cc13d2ff3a40353a509e93ce5c15fc6f6acd4ef0872a22295049, en de alinea staat in dat document op bytes 20993 tot 21293.