Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 november 2009

Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 17 november 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 november 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ2767.

4.4 In HR 3 juni 1997, NJ 1997, 584 en ook in HR 15 juni 2004, NJ 2004, 464 heeft Uw Raad geoordeeld dat de omstandigheid dat een verdachte weigert een verklaring af te leggen of een bepaalde vraag te beantwoorden op zichzelf, mede gelet op het bepaalde in art. 29, eerste lid, Sv, niet tot het bewijs kan bijdragen. Dat brengt echter niet mee dat de rechter, indien een verdachte voor een omstandigheid, die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend moet worden geacht voor het bewijs van het aan hem telastegelegde feit, geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft gegeven, zulks niet in zijn overwegingen omtrent het gebezigde bewijsmateriaal zou mogen betrekken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e3f58f139bc0cc13d2ff3a40353a509e93ce5c15fc6f6acd4ef0872a22295049. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e3f58f139bc0cc13d2ff3a40353a509e93ce5c15fc6f6acd4ef0872a22295049, en de alinea staat in dat document op bytes 24101 tot 24855.