Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2009
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ2785.
3.5. De rechtbank heeft deze maatstaf niet miskend en zich afgevraagd of het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] de verplichting zal opleggen tot betaling van een geldbedrag waarbij op het geldbedrag dat in beslag is genomen verhaal zal kunnen worden genomen. Daarin ligt ook besloten dat de rechtbank van oordeel is dat zich niet het geval voordoet dat buiten redelijke twijfel staat dat klager eigenaar van het resterende geldbedrag is.(2)(3) De omstandigheid dat beide zonen niet bij klager inwoonden zegt niets, omdat zij wel vanuit het huis van klager hun drugshandel kunnen hebben organiseren. De overige omstandigheden die in de cassatieschriftuur worden aangewezen pleiten nu ook niet bepaald voor de stelling dat klager eigenaar was van het inbeslaggenomen geld. Het oordeel van de rechtbank acht ik daarom niet onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c6e8c7290501398d2421f4f98e7ddb1cae397f6ccf70193f6cc736e5eb0502e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c6e8c7290501398d2421f4f98e7ddb1cae397f6ccf70193f6cc736e5eb0502e4, en de alinea staat in dat document op bytes 10328 tot 11251.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c6e8c7290501398d2421f4f98e7ddb1cae397f6ccf70193f6cc736e5eb0502e4 | shasum -a 256