Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 september 2009

Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 29 september 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 september 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ2795.

4 HR 5 januari 1988, NJ 1989, 377. De wet noemt geen minimum leeftijd van degene die een gerechtelijk stuk in ontvangst neemt. In de Memorie van Toelichting op het wetsvoorstel ziende op de nadere wijziging van de voorschriften omtrent de wijze van kennisgeving van gerechtelijke mededelingen in strafzaken wordt gesteld dat alleen mag worden uitgereikt aan personen die "redelijkerwijs op grond van leeftijd of verstandelijke ontwikkeling in staat kunnen worden geacht het stuk te doen toekomen aan de geadresseerde". Zie Kamerstukken II, vergaderjaar 1983-1984, 18 324, nr. 3, p. 17 en A.J.A. van Dorst, Betekeningsperikelen in strafzaken, NJB 17 september 1988, afl. 31, p. 1138.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df9802bb015f3859efeae194916911225fd1ad01a7b7a33fc4e07c0d309c6540. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df9802bb015f3859efeae194916911225fd1ad01a7b7a33fc4e07c0d309c6540, en de alinea staat in dat document op bytes 22301 tot 22998.