Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2009

Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ3301.

8.6. Ten slotte merk ik nog op dat de hiervoor besproken middelen in mijn ogen geen kwesties aansnijden waarbij een zo wezenlijk belang van de verdachte in het geding is, dat daaraan niet door de behandeling in hoger beroep kan worden tegemoetgekomen. Het proces-verbaal van de terechtzitting is doordat niet wordt gerept van de mededeling als bedoeld in art. 319 lid 1 Sv lacuneus, bij de ondertekening is verzuimd aan te geven dat de rechter die niet op de terechtzitting van 5 januari 2006 aanwezig was het proces-verbaal van de terechtzitting in zoverre niet kon ondertekenen, de voorzitter of één van de rechters die deelnam aan het onderzoek op de terechtzitting van 5 januari 2006 had het proces-verbaal in zoverre moeten tekenen, het sluiten van het onderzoek in andere samenstelling dan die waarin het onderzoek heeft plaatsgevonden valt moeilijk te verenigen met het feit dat het onderzoek is onderbroken(11), maar schending van de verdachte in zijn rechtens te beschermen belangen kan ik hier niet in zien. Dan blijft nog de vraag of de Rechtbank de termijn van art. 345 lid 2 Sv in wezen niet heeft ontgaan door het sluiten van het onderzoek ter terechtzitting uit te stellen hoewel al gelegenheid was gegeven voor het laatste woord. Ook al zou ervan worden uitgegaan dat dit het geval is en de deugdelijkheid van de uitspraak van de Rechtbank er - zoals in de toelichting op het eerste middel omstandig wordt uiteengezet - onder kan hebben geleden dat de Rechtbank iets te lang over verdachtes zaak heeft nagedacht en aan het verkorte vonnis heeft geschreven, dan valt nog niet in te zien dat dit gebrek niet door een nieuwe behandeling in hoger beroep kan worden hersteld. Ik wijs op het hiervoor onder nr. 8.5 aangehaalde citaat uit Blok en Besier. Voorts is niet zonder belang dat verdachtes raadslieden zich niet tegen onderbreking van het onderzoek ter terechtzitting op 15 december 2005 hebben verzet, ook al moeten zij, die immers ter terechtzitting van 5 januari 2006 niet zijn verschenen, hebben begrepen dat ter terechtzitting van 5 januari 2006 het onderzoek alleen maar zou worden gesloten en zij dus in bedoeld ontgaan van de strikte termijn van art. 345 lid 2 Sv geen gevaar voor schending van verdachtes belangen hebben gezien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd2c9ff83fd63d5717ddeeb2fc553324caa20f9f4c96ff59394a36d3fd72c1e0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd2c9ff83fd63d5717ddeeb2fc553324caa20f9f4c96ff59394a36d3fd72c1e0, en de alinea staat in dat document op bytes 41502 tot 43772.