Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2009

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ3695.

De advocaat-generaal geeft te kennen zich te verzetten tegen inwilliging van de verzoeken van de raadsman, nu de noodzaak tot het horen van deze getuigen niet is gebleken. Hij motiveert zijn bezwaren op de wijze zoals in eerder genoemde brief vermeld. Wat betreft de criteria voor het afwijzen van de verzoeken verwijst hij naar die brief, in welke brief hij heeft vastgesteld dat de appelmemorie niet kan worden aangemerkt als schriftuur in de zin van artikel 410 van het Wetboek van Strafvordering, nu deze later dan veertien dagen na het instellen van het appel is ingediend, zodat voor het afwijzen van het horen van de opgegeven getuigen andere criteria gelden dan wanneer de appelmemorie tijdig was ingediend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b59d8d3982ba43fc277db34398f26bb373ded7c2f0de9e6032273ab14df4ec13. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b59d8d3982ba43fc277db34398f26bb373ded7c2f0de9e6032273ab14df4ec13, en de alinea staat in dat document op bytes 9534 tot 10262.