Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2009

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ3695.

11. Het bij appelmemorie(3) van 22 juni 2007 gedane en op de terechtzitting in hoger beroep van 11 december 2007 gehandhaafde verzoek van de raadsman van verzoeker om de getuige op te roepen, is een verzoek als bedoeld in art. 287, derde lid onder a, Sv in verbinding met art. 415, eerste lid, Sv. In aanmerking genomen dat in eerste aanleg na 1 januari 2005, te weten op 25 mei 2007, uitspraak is gedaan, gelet op de omstandigheid dat de berechting in eerste aanleg op tegenspraak heeft plaatsgevonden en gelet op het feit dat voornoemde getuige door de rechter-commissaris is gehoord, is de maatstaf voor de beoordeling van een zodanig verzoek ingevolge art. 418, tweede lid, Sv of de noodzaak daarvan is gebleken.(4)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b59d8d3982ba43fc277db34398f26bb373ded7c2f0de9e6032273ab14df4ec13. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b59d8d3982ba43fc277db34398f26bb373ded7c2f0de9e6032273ab14df4ec13, en de alinea staat in dat document op bytes 17435 tot 18167.