Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2009
Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ3695.
12. Het hof heeft bij de afwijzing van het verzoek om de getuige op te roepen geoordeeld dat het het horen van genoemde getuige niet noodzakelijk acht. Het hof heeft daartoe overwogen dat de berechting in eerste aanleg op tegenspraak heeft plaatsgevonden, de getuige in aanwezigheid van de raadsman door de rechter-commissaris is gehoord waarbij de raadsman in de gelegenheid is geweest de getuige vragen te stellen, en het gegronde vermoeden bestaat dat de gezondheid of het welzijn van de minderjarige door het afleggen van een verklaring ter terechtzitting in gevaar wordt gebracht terwijl het voorkomen van dit gevaar zwaarder weegt dan het belang om de getuige ter terechtzitting te kunnen ondervragen. Aldus heeft het Hof terecht de in art. 418, tweede lid, Sv voorziene maatstaf gehanteerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b59d8d3982ba43fc277db34398f26bb373ded7c2f0de9e6032273ab14df4ec13. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b59d8d3982ba43fc277db34398f26bb373ded7c2f0de9e6032273ab14df4ec13, en de alinea staat in dat document op bytes 18187 tot 18997.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b59d8d3982ba43fc277db34398f26bb373ded7c2f0de9e6032273ab14df4ec13 | shasum -a 256