Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2009

Alinea 81 Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ3695.

27. De onderhavige misdrijven zijn volgens de in eerste aanleg gewijzigde tenlastelegging begaan in of omstreeks de periode van augustus 1994 tot en met december 1995, in of omstreeks de periode van januari 1996 tot en met juli 1999 en in of omstreeks de periode van augustus 1999 tot en met februari 2003. Blijkens de stukken van het geding is de vordering tot inbewaringstelling op 8 februari 2007 door de rechter-commissaris aan verzoeker ter hand gesteld. Uit de stukken van het geding blijkt niet dat gedurende zes jaren daaraan voorafgaand enige daad van vervolging is verricht, zodat het ervoor moet worden gehouden dat de verjaring van de feiten niet vóór 8 februari 2007 is gestuit. De in art. 70, aanhef en onder 2º, Sr bepaalde termijn is dus wat betreft de feiten voor zover deze zijn gepleegd in de periode van augustus 1994 tot en met 7 februari 2001 vervuld, zodat het recht tot strafvordering in zoverre is vervallen.(8) De officier van Justitie dient alsnog niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vervolging van de onder 2 tenlastegelegde feiten wat betreft de periode augustus 1994 tot en met 7 februari 2001.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b59d8d3982ba43fc277db34398f26bb373ded7c2f0de9e6032273ab14df4ec13. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b59d8d3982ba43fc277db34398f26bb373ded7c2f0de9e6032273ab14df4ec13, en de alinea staat in dat document op bytes 28398 tot 29547.