Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2009

Alinea 115 Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ7331.

4.7 De hoofdregel zoals opgenomen in art. 149 lid 1, eerste volzin Rv houdt in dat, tenzij uit de wet anders voortvloeit, de rechter slechts die feiten of rechten aan zijn beslissing ten grondslag mag leggen, die in het geding aan hem ter kennis zijn gekomen of zijn gesteld en die overeenkomstig de voorschriften van het wettelijk bewijsrecht zijn komen vast te staan. De uitzondering(13) op deze hoofdregel waar het middel op doelt, staat in art. 149 lid 1, tweede volzin Rv en houdt in dat de rechter feiten of rechten die door de ene partij zijn gesteld en door de wederpartij niet of niet voldoende zijn betwist, als vaststaand moet beschouwen. Volgens het middel ziet deze uitzondering slechts op de situatie waarin een partij de stellingen van de wederpartij niet of nauwelijks heeft betwist, terwijl (aldus het middel) [eiseres] c.s. de gestelde arbeidsongeschiktheid van [verweerder 2] zeer uitvoerig hebben betwist. Het middel verwijst in dit kader naar de betwistingen door [eiseres] c.s. zoals opgenomen in subonderdeel c.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/210bb3bd647974abb8191b0dba654d46c7b47eefbf7471c7234feb46309cea32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 210bb3bd647974abb8191b0dba654d46c7b47eefbf7471c7234feb46309cea32, en de alinea staat in dat document op bytes 33923 tot 34970.