Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2009
Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ7331.
4.8 Het is de vraag wat moet worden verstaan onder "niet of niet voldoende zijn betwist" in de zin van art. 149 lid 1, tweede volzin Rv. Hiervan is in het algemeen sprake in geval van een erkentenis, verstek, het achterwege laten van verweer, het niet voldoende motiveren van verweer en een referte aan het oordeel van een rechter. Of bepaalde stellingen al dan niet voldoende betwist zijn, hangt af van de omstandigheden van het geval.(14) Gesteld moeten worden feiten waaruit de onjuistheid van de betwiste stellingen van de wederpartij blijkt.(15) Het antwoord op de vraag hoe concreet een betwisting moet zijn, hangt ook af van de wederpartij: hoe concreter de stellingen van een partij zijn, hoe concreter ook op die stellingen moet worden gereageerd. Er is dus sprake van een wisselwerking.(16) Tegenover gedetailleerde stellingen van de ene partij zal een simpele ontkenning van de juistheid daarvan licht als onvoldoende betwisting worden aangemerkt.(17)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/210bb3bd647974abb8191b0dba654d46c7b47eefbf7471c7234feb46309cea32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 210bb3bd647974abb8191b0dba654d46c7b47eefbf7471c7234feb46309cea32, en de alinea staat in dat document op bytes 34990 tot 35965.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/210bb3bd647974abb8191b0dba654d46c7b47eefbf7471c7234feb46309cea32 | shasum -a 256