Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2009
Alinea 119 Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ7331.
4.11 In rov. 6-8 onderzoekt het hof de desbetreffende stellingen van [verweerder] c.s. respectievelijk [eiseres] c.s. en in rov. 9 komt het tot de conclusie dat [eiseres] c.s. hun verweer nader hadden moeten onderbouwen.(21) Uit hetgeen het hof vervolgens (nog steeds in rov. 9) overweegt, volgt dat het hof met "een nadere onderbouwing" (bijvoorbeeld) het oog heeft op een contra-expertise, waarmee het hof feitelijk aangeeft in welk opzicht [eiseres] c.s. in hun verweer tekortgeschoten zijn. Door zo te oordelen, geeft het hof geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is zijn oordeel evenmin niet of onvoldoende met redenen omkleed dan wel onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd.(22) Het oordeel van het hof dát [verweerder 2] arbeidsongeschikt was, is feitelijk van aard en kan derhalve in cassatie niet worden getoetst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/210bb3bd647974abb8191b0dba654d46c7b47eefbf7471c7234feb46309cea32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 210bb3bd647974abb8191b0dba654d46c7b47eefbf7471c7234feb46309cea32, en de alinea staat in dat document op bytes 37773 tot 38615.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/210bb3bd647974abb8191b0dba654d46c7b47eefbf7471c7234feb46309cea32 | shasum -a 256