Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2009
Alinea 156 Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ7331.
4.40 Met voornoemde indruk hangt samen dat naar mijn mening géén sprake is van het ontbreken van een voorziening voor de situatie van arbeidsongeschiktheid binnen de eerste zeven jaar van het aandeelhouderschap. Uit de verwijzing in artikel 6 lid 2 aanhef naar artikel 6 lid 3 "letter c, respectievelijk d, e of f (al naar gelang de duur van het aandeelhouderschap)" kan worden opgemaakt dat letter c van toepassing is indien het aandeelhouderschap minder dan acht jaar heeft geduurd en dat voor het overige (al naar gelang de duur van het aandeelhouderschap) de letters d, e of f van toepassing zijn. De door het hof (in rov. 14) in dit verband aan het woord "respectievelijk" gehechte waarde acht ik niet onaannemelijk. Ik onderken dat de verwijzing in artikel 6 lid 2 aanhef naar artikel 6 lid 3 letter c duidelijker had gekund door hier bijvoorbeeld expliciet aan toe te voegen dat de in letter c opgenomen termijn van "zeven jaar of langer" in geval van arbeidsongeschiktheid niet van toepassing is. Dit neemt echter niet weg dat dit hier wel uit opgemaakt kan worden. Ook het gegeven dat artikel 6 lid 2 pas op een later moment, te weten met de komst van [eiseres 3], in de overeenkomst is opgenomen (zoals [eiseres] c.s. in alinea 48 van de conclusie van antwoord in eerste aanleg van 5 juli 2001 hebben aangevoerd, zie rov. 12 van het hof) wijst erop dat géén sprake is van het ontbreken van een voorziening voor de situatie van arbeidsongeschiktheid binnen de eerste zeven jaar van het aandeelhouderschap. De gedachte was namelijk dat [eiseres 3], die een forse lening was aangegaan om zich in [eiseres 1] in te kopen, ervan verzekerd moest zijn dat in geval van arbeidsongeschiktheid voldoende fondsen beschikbaar zouden zijn om die lening af te lossen. Welnu, deze zekerheid zal met name gewenst zijn gedurende de eerste jaren van het aandeelhouderschap als er nog onvoldoende vermogen in ander verband is opgebouwd, zodat ervan uit moet worden gegaan dat de hogere koopprijs voor de aandelen ook van toepassing is in geval van arbeidsongeschiktheid binnen de eerste zeven jaar van het aandeelhouderschap. Ten slotte acht ik relevant dat artikel 6 lid 3 aanhef bepaalt dat "in alle andere gevallen [...] de koopprijs afhankelijk gesteld [wordt, LT] van de duur van het aandeelhouderschap van de aanbiedende aandeelhouder [...]". Hieruit kan worden afgeleid dat in de gevallen vooráfgaand aan artikel 6 lid 3 - waaronder het geval van arbeidsongeschiktheid zoals genoemd in artikel 6 lid 2 - de koopprijs (in beginsel) niet van de duur van het aandeelhouderschap afhankelijk wordt gesteld. Met andere woorden: in geval van arbeidsongeschiktheid geldt artikel 6 lid 3 sub c ongeacht de duur van het aandeelhouderschap respectievelijk sub d, e of f vanaf acht jaar aandeelhouderschap al naar gelang de duur hiervan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/210bb3bd647974abb8191b0dba654d46c7b47eefbf7471c7234feb46309cea32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 210bb3bd647974abb8191b0dba654d46c7b47eefbf7471c7234feb46309cea32, en de alinea staat in dat document op bytes 64869 tot 67710.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/210bb3bd647974abb8191b0dba654d46c7b47eefbf7471c7234feb46309cea32 | shasum -a 256