Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2009
Alinea 157 Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ7331.
4.41 Bij het voorgaande heb ik oog voor het feit dat een beroep op artikel 4 lid 2 sub a of b op zichzelf niet uitgesloten lijkt. Van de zijde van [eiseres 2] en [eiseres 3] wordt de samenwerking met [verweerder 1] immers niet langer mogelijk of wenselijk geacht en voor de toepassing van sub a is verwijtbaar gedrag van de betreffende aandeelhouder niet vereist. Ook kan niet ontkend worden dat [verweerder 2] niet langer presteert op het niveau dat van hem verwacht mag worden, noch in kwalitatieve noch in financiële zin. Deze bepalingen doen echter niet af aan voornoemde andere bepalingen van de aandeelhoudersovereenkomst (en ook van de managementovereenkomst, zie voetnoot 42 hierboven), welke bepalingen (zoals hierboven omschreven) voorzien in specifieke bepalingen voor de situatie van arbeidsongeschiktheid - óók binnen de eerste zeven jaar van het aandeelhouderschap -, aan welke bepalingen niet voorbijgegaan kan worden. Een andere opvatting zou de betekenis aan deze bepalingen ontnemen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/210bb3bd647974abb8191b0dba654d46c7b47eefbf7471c7234feb46309cea32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 210bb3bd647974abb8191b0dba654d46c7b47eefbf7471c7234feb46309cea32, en de alinea staat in dat document op bytes 67730 tot 68747.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/210bb3bd647974abb8191b0dba654d46c7b47eefbf7471c7234feb46309cea32 | shasum -a 256