Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2009
Alinea 165 Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ7331.
4.49 De klacht mist feitelijke grondslag. Het hof heeft wel degelijk als uitgangspunt beslissend gewicht toegekend aan de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van de betreffende bepalingen gelezen in het licht van de overige, voor de uitleg van de overeenkomst relevante bepalingen van de overeenkomst, namelijk door (in rov. 15) te overwegen dat artikel 6 lid 2 - en ook artikel 4 lid 2 sub e - van betekenis verstoken zou blijven althans van zijn effectiviteit zou worden beroofd wanneer de andere aandeelhouders bij arbeidsongeschiktheid de overeenkomst zouden kunnen beëindigen op grond van artikel 4 lid 2 sub a of b. Klacht 2 moet dan ook falen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/210bb3bd647974abb8191b0dba654d46c7b47eefbf7471c7234feb46309cea32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 210bb3bd647974abb8191b0dba654d46c7b47eefbf7471c7234feb46309cea32, en de alinea staat in dat document op bytes 73156 tot 73834.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/210bb3bd647974abb8191b0dba654d46c7b47eefbf7471c7234feb46309cea32 | shasum -a 256