Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2009

Alinea 171 Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ7331.

4.55 Blijkens voetnoot 59 en alinea 3.23 van de schriftelijke toelichting zijdens [eiseres] c.s. doelt het middel met klacht 5 op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid ex art. 6:248 lid 2 BW. Het middel gaat er evenwel aan voorbij dat in casu niet uitsluitend aan de orde is de vraag of artikel 4 lid 2 sub a/b wel of niet van toepassing is, maar de vraag of gedurende het eerste jaar van arbeidsongeschiktheid artikel 4 lid 2 sub a/b prevaleert boven artikel 4 lid 2 sub e. Deze laatste vraag heeft het hof door middel van uitleg van de overeenkomst negatief beantwoord. Met andere woorden, het hof heeft niet zozeer een tussen partijen overeengekomen bepaling buiten werking gesteld, maar heeft geoordeeld dat in het onderhavige geval de ene bepaling wél en de andere bepaling níet van toepassing is. Het hof heeft hiermee geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Klacht 5 moet dan ook falen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/210bb3bd647974abb8191b0dba654d46c7b47eefbf7471c7234feb46309cea32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 210bb3bd647974abb8191b0dba654d46c7b47eefbf7471c7234feb46309cea32, en de alinea staat in dat document op bytes 77543 tot 78483.