Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2009

Alinea 176 Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ7331.

5.3 In rov. 35 en 36 overweegt het hof dat [verweerder] c.s. aan voornoemde subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen ten grondslag hebben gelegd dat, voor zover de regeling in de aandeelhoudersovereenkomst betreffende de bepaling van de koopprijs van de aandelen ertoe leidt dat de koopprijs minder is dan (het pro rata gedeelte van 100% van) de volle waarde van [eiseres 1](44), die regeling in de aandeelhoudersovereenkomst nietig is ex art. 2:195a BW. Art. 2:195a BW is van dwingend recht en bepaalt (kort gezegd) dat de statuten van een vennootschap een aanbiedingsplicht kunnen bevatten voor gedwongen aandelenoverdracht (lid 1) en dat de desbetreffende statutaire regeling zodanig dient te zijn dat de aandeelhouder die dit verlangt, een prijs ontvangt die gelijk is aan de waarde van zijn aandelen zoals vastgesteld door één of meer onafhankelijke deskundigen (lid 3). Onder "waarde" in laatstgenoemde zin moet volgens het hof (in navolging van [verweerder] c.s.) worden verstaan: de volle waarde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/210bb3bd647974abb8191b0dba654d46c7b47eefbf7471c7234feb46309cea32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 210bb3bd647974abb8191b0dba654d46c7b47eefbf7471c7234feb46309cea32, en de alinea staat in dat document op bytes 79658 tot 80680.