Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2009

Alinea 211 Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ7331.

24 Aan de beschouwingen in de schriftelijke toelichting zijdens [eiseres] c.s. van 27 maart 2009 omtrent het bewijs moet dan ook worden voorbijgegaan. Voor zover in alinea 3.63 van de schriftelijke toelichting de klacht moet worden gelezen dat het hof [eiseres] c.s. niet heeft toegelaten tot het leveren van bewijs, kan deze klacht niet slagen, niet alleen omdat deze in het cassatiemiddel niet valt te lezen en derhalve tardief is, maar tevens omdat (zoals reeds aangegeven) toepassing van art. 149 lid 1, tweede volzin Rv meebrengt dat voor bewijslevering geen plaats is. Ook in alinea 3.69 zou een dergelijke klacht kunnen worden gelezen; ook deze kan niet slagen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/210bb3bd647974abb8191b0dba654d46c7b47eefbf7471c7234feb46309cea32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 210bb3bd647974abb8191b0dba654d46c7b47eefbf7471c7234feb46309cea32, en de alinea staat in dat document op bytes 94105 tot 94786.