Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 december 2009

Alinea 140 Parket bij de Hoge Raad 15 december 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 december 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ9921.

Het hof acht aannemelijk dat de veroordeelde zich in de periode vanaf 1 november 1998 tot en met 31 oktober 2001 - met wisselende intensiteit - heeft beziggehouden met de invoer van cocaïne uit Curaçao naar Nederland. In het overzicht van de geldoverboekingen naar personen op Curaçao valt op dat in het jaar 2000 door de veroordeelde zelf relatief zeer weinig overboekingen zijn gepleegd in tegenstelling tot het aantal overboekingen in de jaren 1999 en 2001. Het hof acht mede daarom niet aannemelijk dat de overboekingen, uitzonderingen daargelaten, bestemd waren ter ondersteuning van behoeftige verwanten van de veroordeelde, zoals door de verdediging aangevoerd, omdat in dat geval een veel regelmatiger patroon aan overboekingen te verwachten was geweest en het zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet begrijpelijk is dat de verwanten in het jaar 2000 geen, althans veel minder ondersteuning zouden behoeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa8922331979a4b89eec4a1edff2ab0d9d62b77f8dd9b76a75ceebe2edfde0a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa8922331979a4b89eec4a1edff2ab0d9d62b77f8dd9b76a75ceebe2edfde0a8, en de alinea staat in dat document op bytes 24734 tot 25672.