Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 december 2009
Alinea 153 Parket bij de Hoge Raad 15 december 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 december 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ9921.
9. Volgens de toelichting op het middel zou 's hofs afwijzing van het verzoek genoemde getuigen te horen - 'omdat het hof daartoe de noodzaak niet ziet' - onjuist althans onbegrijpelijk zijn, nu het daarbij heeft overwogen dat bepaalde getuigen niet relevant zijn voor enige te nemen beslissing in de ontnemingszaak, andere getuigen niets kunnen zeggen over de herkomst van de gelden, dan wel dat het verzoek onvoldoende is onderbouwd. Door de raadsman van verzoeker is immers gemotiveerd aangegeven welke vragen aan de getuigen gesteld zouden moeten worden en waarom deze getuigen relevant zouden zijn. Dat deze getuigen uiteindelijk daadwerkelijk relevant waren, blijkt uit het feit dat de geldoverboekingen en aankopen wel degelijk een rol hebben gespeeld in de overwegingen van het hof en daarmee in zijn vaststelling van het ontnemingsbedrag, aldus de steller van het middel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa8922331979a4b89eec4a1edff2ab0d9d62b77f8dd9b76a75ceebe2edfde0a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa8922331979a4b89eec4a1edff2ab0d9d62b77f8dd9b76a75ceebe2edfde0a8, en de alinea staat in dat document op bytes 27593 tot 28486.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aa8922331979a4b89eec4a1edff2ab0d9d62b77f8dd9b76a75ceebe2edfde0a8 | shasum -a 256