Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 december 2009

Alinea 167 Parket bij de Hoge Raad 15 december 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 december 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ9921.

18. Uit 's hofs motivering van de ontnemingsmaatregel blijkt echter niet dat het zaken bij de schatting van het ontnemingsbedrag heeft betrokken waarvan verzoeker is vrijgesproken. Het hof heeft 'slechts' aannemelijk geacht dat verzoeker zich gedurende de periode van 1 november 1998 t/m 31 oktober 2001 heeft beziggehouden met de invoer van cocaïne uit Curaçao naar Nederland. Daarbij heeft het kennelijk en niet onbegrijpelijk op soortgelijke feiten in de zin van art. 36e, tweede lid, Sv gedoeld en niet op de tenlastegelegde feiten waarvan verzoeker is vrijgesproken. Voor zover het middel klaagt over strijd met de onschuldpresumptie, mist het derhalve feitelijke grondslag. Voor zover het klaagt dat het arrest innerlijk tegenstrijdig zou zijn, miskent het dat het hof het in verzoekers strafzaak bewezenverklaarde feit juist ten grondslag heeft gelegd aan de beoordeling van de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dat het hof daarbij vervolgens tevens soortgelijke/andere (niet tenlastegelegde) feiten (behorende tot de 90% niet onderschepte partijen; zie het arrest p. 4 en de bijlage p. 3) heeft betrokken is op grond van voornoemde bepaling geoorloofd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa8922331979a4b89eec4a1edff2ab0d9d62b77f8dd9b76a75ceebe2edfde0a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa8922331979a4b89eec4a1edff2ab0d9d62b77f8dd9b76a75ceebe2edfde0a8, en de alinea staat in dat document op bytes 33781 tot 34990.